P...P...Paranoia: Waarom technologie de katalysator van onvrijheid is
From WouterBeek.com
Het internet wordt vaak gezien als de meest recente technologische stap in de richting van een samenleving met meer vrijheid en openheid. De positieve gevoelens omtrent de grote hoeveelheden informatie die na de introductie van de honderd dollar laptop voor vrijwel iedereen beschikbaar is, alsmede het gemak waarmee eenieder zijn of haar denkbeelden wereldkundig kan maken, stralen ook over op technologische verbeteringen in het algemeen. Er is immers geen enkele onderzoeker die met zijn of haar vinding het mensdom wil beperken in de door de Verlichting aangedragen principes van vrijheid en zelfontplooiing. Tegelijkertijd kunnen we ons verzekeren van een welwillende overheid die deze principes evenzeer zegt te willen verbreiden. De ICT (en daarmee ook de AI) wordt dan ook als de pionier van de verdere liberalisering van de moderne westerse samenleving gezien. Niets is echter minder waar.
De grote utilist Jeremy Bentham publiceerde in 1791 een werk genaamd Panopticon. Hij stelt hierin een architectonisch ontwerp voor dat de ellendige inefficiëntie van de destijds bestaande overheidsinstellingen en de dan in opkomst zijnde manufacturen zou moeten verbeteren. Het ontwerp bestaat, kort samengevat, uit een grote ring van op elkaar gestapelde, precies gelijkvormige, kamertjes waaruit ontsnapping niet mogelijk is. Midden in deze ring staat een grote toren, die even hoog is al de hem omringende cirkel. Vanuit deze toren zijn alle kamers goed te overzien. Wat, nu, is de functie van dit vreemde gebouw? Bentham observeerde in zijn tijd het probleem van de schaalvergroting van commerciële en gouvernementele instellingen. Hierdoor, alsmede door de toenemende drang naar controle van de overheden, werd het steeds moeilijker om in gevangenissen, gestichten en ziekenhuizen het gewenste overzicht over de patiënten en delinquenten te kunnen behouden.
Bentham's Panopticum voorziet dan ook in een veel efficiëntere manier van observatie en controle. In de toren hoeft slechts één persoon plaats te nemen. Deze kan vanuit zijn centrale positie in het gebouw de handelingen en gedragingen van alle honderden, zo niet duizenden, mensen in de hem omgevende cirkel gadeslaan en eventueel, zo dit nodig mocht zijn, ingrijpen. Bentham noemde zijn constructie zelf: “A new mode of obtaining power of mind over mind, in a quantity hitherto without example.” En in zijn tijd had hij hierin zeker gelijk. Een beter voorbeeld van gedachtecontrole kon men zich, gegeven de beperkte technologische mogelijkheden van toen, niet voorstellen. Zulke zaken veranderen uiteraard in een tijd waarin de technologische progressie een nieuw arsenaal aan maatregelen, mogelijk toepasbaar in een hedendaags Panopticum, voortgebracht heeft.
Van alle moderne technologieën die de mate van oppressie mogelijk zouden kunnen vergroten en/of efficiëntiseren, is het internet tegenwoordig nog wel de meest veelbelovende. Internet zou in de handen van beleidsmakers en reclamebureaus het ultieme geestbeïnvloedende gereedschap kunnen zijn. En aangezien wij in een eeuw leven waarin deze twee instanties – de overheden en de commerciële instellingen – vrijwel alle macht en vrijwel al het kapitaal representeren, en in vergelijking waarmee alles wat niet tot een dezer beide organisatiestructuren behoort ook meteen tot een uiterst kleine ruimte gemarginaliseerd is geraakt, zullen de veelbelovende oppressieve middelen – met als principale kandidaat het internet – na verloop van tijd geheel en al in de handen van deze twee organisatiestructuren komen te liggen.
Een overheid hoeft natuurlijk niet per se te zwichten voor de nukken en grillen van de commerciële instituties, maar zij kan ook niet een al te eigenstandige koers gaan varen, aangezien de overheidsprojecten waarvan de moderne westerse samenlevingen voorzien zijn nu eenmaal veel geld kosten. Zo is er de toename van het aantal uitkeringen, de accumulatie van kapitaal bij huizenbezitters en de socialistische droom van de omnipresentie van de overheid in werkelijk alle gelederen van de samenleving. Een illustratie van dit laatste is het binnenkort te introduceren elektronisch kinddossier, met daarin zeer gedetailleerde informatie over alle kinderen en alle gezinnen in Nederland. Naarmate de drang om de bevolking in alles wat zij onderneemt op de huid te zitten toeneemt, groeien uiteraard ook de kosten. De overheid kan deze kosten proberen te drukken door efficiencyverhogende maatregelen à la Bentham te verzinnen.
Maar aangezien de moderne verzorgingsstaat met haar vele organisaties (scholen, ziekenhuizen, uitkeringsinstanties, veiligheidsdiensten, etc.) de efficiencygrenzen van Bentham’s model inmiddels reeds bereikt heeft, staan haar nog slechts twee wegen open. De eerste is de onttrekking van nog meer geld aan de commerciële instellingen. Dit is iets wat constant gebeurd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verkoop van de UMTS-frequenties eind jaren negentig. De overheid kent bepaalde privileges aan de meest kapitaalkrachtige partijen toe, in dit geval het privilege om van het UMTS-medium gebruik te mogen maken, in ruil voor vele miljarden euro’s, die men vervolgens weer kan steken in stadsvernieuwingsprojecten en het behouden van de AOW-voorzieningen. Dit in de uitverkoop doen van de privileges aangaande de beschikbare media heeft tot nu toe altijd plaatsgevonden. Zowel de privileges voor het gebruik van de televisie- als van de radiokanalen zijn uitverkocht aan de grootste commerciële instellingen, niet aan diegenen die het meeste te zeggen hebben of aan diegenen die op de meest objectieve wijze het nieuws verslaan.
De veiling van het internet zal, geheel in lijn met wat we in het verleden voor alle andere media hebben gezien, binnenkort gaan plaatsvinden. Het is niet ondenkbaar dat de vrijzinnige individuen die buiten de geïnstitutionaliseerde structuur van het internet om gebruik blijven maken, op eenzelfde manier zullen worden achtervolgd als de hedendaagse vrijzinnige radiomakers die bij de veiling van radioprivileges geen peperdure frequentie hebben weten te bemachtigen.
De eerste stappen in de richting van de verkoop van privileges omtrent het gebruik van internet worden tegenwoordig al, zij het in beperkte mate, genomen. Een voorbeeld hiervan is de zeer recentelijke stellingname van het Amerikaanse Ministerie van Justitie tegen de zogenaamde netneutraliteit. Dit houdt in dat providers mogen bepalen welke websites snel en welke langzaam worden geladen. De opheffing van deze netneutraliteit zal leiden tot verschillen in de beschikbaarheid van informatie. Dit gaat natuurlijk nog niet zo ver als het instellen van een geheel verbod voor de niet kapitaalkrachtige partijen op internet, maar de vraag is of de uiteindelijke resultante van dergelijke inmengingen niet precies dezelfde zal zijn.
Maar er was, zoals hierboven werd gezegd, nog een tweede manier waarop de overheid de controle op haar burgers kan doen toenemen zonder hiermee buiten haar budget te raken. Deze tweede manier is de verdere toename van de efficiency van de bestaande vormen van overheidsinmenging, voorbij de resultaten die Bentham’s Panopticum op dit gebied konden behalen. De hand van de overheid die de ongebreidelde internetvrijheid poogt te beperken met als doel het uitdragen van een politieke ideologie, is de laatste tijd steeds duidelijker zichtbaar. Huiszoekingen en arrestaties bij posters en moderatoren van onder andere stormfront.org, nationalealliantie.com, politico.net en holland-hardcore.com zijn inmiddels normaal geworden. Het NRC van 25 augustus kon dan ook het volgende melden: “Dit jaar zijn elf beheerders en deelnemers van extreemrechtse forumsites aangehouden of veroordeeld wegens discriminatie van allochtonen en haat zaaien.” Zo is de ietwat vreemde toestand ontstaan dat sommige mensen veroordeeld worden voor het posten van teksten als “oprotten die kankerbuitenlanders”, terwijl anderen – voor uitlatingen van vergelijkbaar allooi – juist door de staat gefinancierde bewaking krijgen, dit laatste dan juist weer om onze rechtsorde ‘in stand te houden’. Dezelfde rechtsorde die het eerder genoemde, op fora postende individu oppakte, blijkt aan de andere kant echter weer bereid te zijn straten af te sluiten en 44 linkse protestanten op te pakken wanneer dezelfde extreemrechtse personen – met dezelfde extreemrechtse meningen – in het openbaar willen demonstreren, zoals bijvoorbeeld op 24 februari in Doetinchem nog het geval was.
Het gaat hier niet om een discussie over het wel of niet nuttig zijn van de beschikbaarheid van rechts-extremistische sites (al zei de andere grote utilist, John Stuart Mill, ooit dat we enkel ten opzichte van de kritiek die anderen op onze standpunten leveren, de validiteit van onze eigen denkbeelden kunnen bepalen). Het gaat hier om de klaarblijkelijke macht die de overheid bezit inzake welke informatie er wel en welke er niet op internet beschikbaar mag zijn. Bovendien geeft het hierboven beschreven zwalkende beleid aan dat het vrij toevallig is wat er door de overheid wel of niet als gevaarlijk en schadelijk voor de samenleving wordt geacht. Het oppakken van extreemrechtse types is immers een bezigheid die met vlagen voorkomt, en wordt afgewisseld met het verstrekken van gesubsidieerde faciliteiten aan mensen met exact dezelfde denkbeelden. Kortom, er zijn verschillende overheidsinstanties die zonder duidelijke rationalisering precies datgene uit de lucht kunnen halen wat hen op een bepaald moment, en om wat voor reden dan ook, onwelgevallig lijkt.
Het punt is hier dus nadrukkelijk niet dat de overheid uit pure kwaadaardigheid zal proberen haar burgers, vanuit een drang om hen nog verder te kunnen controleren en in te perken, de huidige vrijheid op internet in de zeer nabije toekomst zal willen ontnemen. Doembeelden zoals in 1984 tentoon worden gespreid, en waar met betrekking tot dit onderwerp vaak aan gerefereerd wordt, zijn naar mijn mening zwaar overtrokken. Dit soort complottheorieën zijn duidelijk simplificaties van de werkelijkheid. Maar daartegenover staat wel dat wanneer de uitgaven voor overheidsprojecten alsmaar groter worden, terwijl het inkomengenererende deel van de bevolking gestaag slinkt, en dat wanneer er een gat op de begroting zal moeten worden gedicht om al dat linkse en rechtse moois te kunnen blijven bekostigen, de privileges omtrent de communicatiekanalen in de uitverkoop zullen worden gedaan. Dan zullen de privileges aangaande het internet (evenals de UMTS-frequenties) worden geveild. De wel voor de overheid relevante media (of onderdelen daarvan) zullen het sociale stelsel van observatie en disciplinaire correctie, wederom uit efficiencyoverwegingen (niet uit kwaadaardigheid), gaan dienen.
Men zou wellicht kunnen volhouden dat al deze moderne maatregelen toch klaarblijkelijk nodig zijn om de alsmaar groeiende criminaliteit te kunnen stuiten en om het steeds in onze nek hijgende terrorisme te kunnen tegengaan. Een zelfde soort redenering kan men geven voor de commerciële markt, die toch immers moet blijven voortbestaan. Mensen moeten nu eenmaal voorgelicht worden over de verschillende producten, en dit moet, indien deze producten niet verkocht worden, dan maar met subliminale voorspiegeling en door gemonopoliseerde media gegenereerde dwang gepaard gaan.
Maar men vergeet dan dat mensen niet alleen uit angst kunnen gehoorzamen aan datgene wat een maatschappij of een commerciële onderneming van hen verlangt, maar ook uit vrije wil. Sterker nog, het was juist deze notie van ‘individuele instemming’ –instemming op een volledig rationeel in plaats van op een subliminaal niveau – met een bepaalde politieke constellatie of met de aanschaf van een bepaald product of een bepaalde dienst, die ooit – in een inmiddels vergeten tijdsgewricht – tot zulke noties als ‘democratie’ en een ‘vrije commerciële markt’ hebben geleid. Zulk een toestand van daadwerkelijke Verlichting kan echter enkel optreden wanneer de media in handen van de gehele bevolking zijn, en niet het bezit en privilege van een kleine kapitaalkrachtige en eenzijdige ideologische klasse.
Publicatiegeschiedenis
De eerste versie van dit artikel verscheen in De Connectie, Nummer2, Jaargang3, Oktober 2007. Het is sindsdien nauwelijks aangepast.