Verslag symposium 'Verbeter de wereld met AI'
From WouterBeek.com
Op het industrieterrein van de VU vond op 8 december het door De Connectie georganiseerde symposium 'Verbeter de Wereld met AI' plaats. Om bij de zaal (KC137) te komen moest men eerst het zogenaamde Hoofdgebouw doorkruisen, wat gezien haar opbouw uit glazen wanden, defecte draaideuren en doodlopende gangetjes, nog een heel karwei was. Er wordt soms beweerd dat de architectuur van een gebouw het humeur en temperament van de mensen die zich er regelmatig in begeven beïnvloedt. Dit is ook in de VU het geval. Alle studenten die ik aansprak om de weg te vragen wezen met groot vertrouwen in volstrekt tegengestelde richtingen. (Later bleek het lokaal KC137 ook te bereiken door gewoon achter het Hoofdgebouw langs te lopen.)
Eenmaal in de achter het Hoofdgebouw gelegen vleugel gekomen werden de bezoekers van het symposium verwelkomd door een heuse robotact. Iets later dan gepland begonnen we met onze eerste spreker, Prof. Dr. Van Harmelen (VU). Hij vertelde over het Semantic Web en beschreef daarbij enkele technieken die het internet van de toekomst slimmer met de voorhanden zijnde data zullen laten omgaan. Dit zal worden bereikt door de software een dieper begrip te laten krijgen van die data.
De tweede spreker was Dirkjan Krijnders uit Groningen, die vertelde over het agressiedetectiesysteem dat geweld op straat kan identificeren aan de hand van het waargenomen geluid. Prof. Dr. Eiben vertelde vervolgens over collectieve intelligentie. De grote vraag hierbij is hoe complexe eigenschappen op globaal niveau tot stand kunnen komen door het samenspel van individuen die enkel eenvoudige eigenschappen bezitten. De verschillende procédés die dit bewerkstelligen zijn evolutie, adaptatie en zelforganisatie. Eiben is hoofd van het NEW TIES project, waarin met name het samenspel van deze verschillende procédés wordt onderzocht. Na afloop van een zeer interessante presentatie trakteerde Prof. Eiben ons, geheel onverwacht, op een stukje proza waarin de eventuele ethische dilemma’s die uit een verdere voortzetting van zijn eigen onderzoek zouden kunnen ontstaan, op onverwachte wijze werden aangekaart.
En dan was er natuurlijk nog Bas Haring (bekend van de TV!) die een aantal losse, maar daardoor niet minder vermakelijke gedachten aangaande het bestaansrecht van de AI als zelfstandig vakgebied (een bestaansrecht wat hij bestreed) uiteen zette. De lezing van Dr. Brey, hoogleraar aan de Universiteit Twente, ging over de normen en waarden van de AI. Aangezien kunstmatige intelligente systemen tot op bepaalde hoogte autonome intelligente systemen zijn, en zij bovendien in de wereld handelingen verrichten die allerlei gevolgen teweeg brengen, moet er bij hun ontwerp reeds worden nagedacht over hun moreel functioneren. Een gedachtegang die zeer juist is, maar nog in zeer weinig ontwikkelingsprocessen daadwerkelijk wordt nagevolgd.
De laatste spreker was Dr. Bredeweg van de UvA. Hij hield een vertoog over het gebruik van kwalitatief redeneren. Deze vorm van redeneren kan worden toegepast in domeinen waar kwantitatieve methoden niet, of moeilijk toepasbaar zijn. Een van de beste voorbeelden van zulk een gebied is de ecologie. En na Al Gore, Barrosso en de beginselverklaring van het nieuwe kabinet hoef ik natuurlijk niet meer uit te leggen waardoor een beter begrip van de ecologie kan bijdragen aan een betere wereld.
Er waren nog veel mooie momenten op deze dag. Zoals toen de steeds Diepe Vragen stellende jongen uit het publiek aan Prof. Eiben de vraag stelde of de verschillende emergentieprocessen die men bij de mens aan kan treffen in overeenstemming zijn met het lichaam/ziel-onderscheid, zoals gemaakt door Descartes, en dus in tegenspraak zijn met het gangbare principe van de language of thought (zoals door Fodor uiteengezet in zijn The Psychology of Language, pagina 157) waarin juist wordt beweerd dat er een saillant replicatieproces aanwezig moet zijn wat zich bezig houdt met de destabilisatie van het fenotype in het hersenmembraam van iets te laat geboren ratten? (Een vraag die door Prof. Eiben overigens met "Nee." werd beantwoord.) Of wat te denken van onze penningmeester, die reeds bij aanvang van de borrel (om 17:00 uur) arriveerde? Ook hij was zeer tevreden, daar het een en ander geheel binnen de gestelde financiële beperkingen bleek te zijn gebleven.
Al met al vond ik het dus een mooie dag. Ik hoop dat de bezoekers het ook interessant en vermakelijk hebben gevonden en dat diegenen die het symposium niet hebben bezocht daar nu diepe spijt van ondervinden. Aan het einde van dit jaar willen we weer een symposium organiseren. Maar wat wordt dan het onderwerp?