Wetenschapsfilosofie ter verheffing van het volk

From WouterBeek.com

Jump to: navigation, search

"Het zesde zintuig, leven na de dood, homeopathie, Intelligent Design en hekserij zijn in. Veel mensen vinden het blijkbaar moeilijk te leven in een wereld zonder het bovennatuurlijke. Herman de Regt en Hans Dooremalen onderwierpen diverse van deze fenomenen aan een grondig onderzoek en schreven er een aanstekelijk boek over. Hun conclusie is uiteindelijk ondubbelzinnig: wat een onzin!"

Zo wordt het boek Wat een onzin! Wetenschap en het paranormale, geschreven door de wetenschapsfilosofen Dooremalen (UvA) en De Regt (VU), op de website van hun uitgever aangeprezen. Kent U toevallig iemand die in paranormale zaken gelooft? Of misschien kent U wel iemand die claimt dat de wereld in zes dagen gemaakt is? Heeft U wel eens iemand Uw toekomst op basis van de levenslijnen op Uw hand laten uitstippelen? Herman en Hans hebben al deze zaken nog eens grondig tegen het licht gehouden, en kwamen tijdens hun niets-ontziend onderzoek tot de meest schokkende conclusies. Zo blijken er helemaal geen paranormale krachten te bestaan, komt de zon ook op zonder haar te aanbidden, en is het bewijs voor het bestaan van een God die zich schikt naar de weekindeling van een diersoort die Zij nog moest gaan uitvinden uiterst dun.

“Maar hoe zit het dan met handopleggingen en hekserij?” hoor ik de lezer zich nu angstig afvragen. Ook die praktijken zijn niet wetenschappelijk onderbouwd. “Maar elfjes en kabouters toch wel?” Neen beste lezer, ook elfjes en kabouters voldoen niet aan de strenge criteria die Herman en Hans voor wetenschappelijkheid hanteren. We mogen blij zijn dat er in Nederland ten minste twee rechtschapen filosofen rondlopen die het kaf van het koren weten te scheiden.

Herman en Hans tonen met hun werkje aan dat filosofie niet alleen maar bestaat uit het converseren met Grote Geesten. Zo is er altijd wel een groepje laag opgeleiden te vinden die men eens flink de les kan lezen, kunnen de waanideeën van psychiatrische patiënten eens grondig tegen het licht worden gehouden, en moeten de verhaaltjes van aangeschoten café-bezoekers eens aan strikte empirische tests worden onderworpen.

Te hopen is dat Herman en Hans zich in een tweede boekje op de wetenschappelijke toetsing van de uitspraken van voetbalsupporters zullen gaan richten. Het zou zomaar kunnen dat zij, na een doorwrocht onderzoek uiteraard, zullen constateren dat er helemaal geen empirische evidentie bestaat voor de claim dat de scheidsrechter van Willem II een berenlul heeft.

Ook op straat is de Kleine Man niet langer meer gevrijwaard van het opgeheven verficatievingertje van zich een wetenschapper wanende filosofen, of zich filosoof wanende wetenschappers (want die zijn er ook). In hetzelfde kader rijden er sinds kort bussen door een groot aantal Europese steden (o.a. Londen, Lissabon en Madrid), waarop te lezen staat dat “God waarschijnlijk niet bestaat”. De reclames op deze bussen worden betaald door de Richard Dawkins Foundation. Het is heel verstandig van Richard en de zijnen om het woord ‘waarschijnlijk’ op deze plek in te voegen. Immers is het daadwerkelijke niet-bestaan van God nooit voor de volle honderd procent te bewijzen. De gewone man moet worden bijgebracht dat hij nooit iets geheel zeker kan weten, en dus is het woord ‘waarschijnlijk’ van nu af aan bij iedere uitspraak vereist. “Heb je de hond al uitgelaten?” moet nu steevast met de woorden “Waarschijnlijk wel” beantwoord worden.

Dit soort wetenschappers/filosofen denkt dat het geloof in God bestaat uit het aanhangen van een verzameling hypothesen die de wereld beschrijven. Of dit een nuttige manier is om naar religie te kijken laat ik even in het midden, maar het toont wel aan dat men alle uitspraken (of in ieder geval een heel groot deel van alle uitspraken) de status van een wetenschappelijk hypothese wil geven. En dit is een interessante stellingname. Traditioneel gezien worden wetenschappelijke criteria enkel toepasbaar geacht op... uitspraken binnen de wetenschap. Nu zijn er dus een aantal wetenschapsfilosofen en filosoferende wetenschappers die menen dat diezelfde criteria een bredere toepassing, ver buiten het domein van de wetenschappelijke praktijk, verdienen. De kerk blijkt een weinig effectief laboratorium, waar uitspraken over kosmologische zaken onvoldoende kunnen worden getest.

Dat volgens sommigen het domein van uitspraken waarop wetenschappelijke criteria van toepassing moeten worden geacht wel erg groot is, blijkt uit een andere actie van Richard Dawkins. Deze kwam na het lezen van Harry de Potter tot de conclusie dat in dergelijke verhalen allerhande zaken beschreven worden die niet in overeenstemming met de basiswetten van de mechanica blijken te zijn. Het behoeft geen uitleg dat een jeugdig contact met fantasieverhalen de geest dusdanig kan vertroebelen dat deze op latere leeftijd tarot, handoplegging, en misschien zelfs Christendom zonder blikken of blozen aan zal nemen.

Wanneer kinderen nu van jongs af aan maar leren dat vliegende bezems door straalmotoren dienen te worden aangedreven en onzichtbare mantels alleen maar onzichtbaar zijn omdat ze niet bestaan, worden het vast nog eens grote wetenschappers! We hebben het dan niet over het soort van wetenschappers dat baanbrekend onderzoek zal gaan verrichten door met nieuwe, de fantasie aansprekende ideeën te komen, maar over de nieuwe generatie fatsoensrakkers die hun medemensen mogen berispen wanneer zij hun dagelijks taalgebruik niet volgens de regels van de mechanica stileren.

De niet-wetenschappers Dooremalen en De Regt nemen de laag opgeleiden voor hun rekening en ex-wetenschapper Dawkins houdt een oogje op de kids.

Er was een tijd waarin wetenschapsfilosofie nog een respectabele bezigheid was. De tijd dat Carnap onderzoek deed naar de onderbouwing van waarheidsclaims volgens logische principes. Deze tijd ligt echter al weer meer dan een halve eeuw achter ons. Tegenwoordig gaat wetenschapsfilosofie over welke rol uitvinding in ‘de wereld’ hebben, en hoe de politiek daar mee om moet gaan. Sociologisch onderzoek neemt waar hoe de gemiddelde wetenschapper gekleed gaat, en hoe vaak deze stiekem een sigaretje rookt op zijn werkkamer waar dit volgens de officiële voorschriften eigenlijk niet is toegestaan. Kortom, een prachtig vakgebied voor nozems die zelf nooit wetenschappelijk onderzoek van enige importantie zullen verrichten, maar die wel het volk met hun wissewasjes belerend willen toespreken. De echte wetenschapper? Die haalt bij dit alles de schouders op en vervolgt haar werkzaamheden, die over het algemeen niet aan de Jan met de Pet hoeven te worden gecommuniceerd. En zo hoort het ook.

Personal tools